"Als je nu niet stopt, krijg je straf.". Het is een zin die er soms sneller uitkomt dan we zouden willen. Wanneer een kind, jongere of leerling gedrag stelt dat niet oké is, lijkt een straf een logische reactie. Er moet tenslotte een gevolg zijn.
Toch leidt een straf niet automatisch tot beter gedrag. Soms stopt het gedrag even, maar daarmee is de oorzaak nog niet verdwenen.
Straf kan gedrag stoppen, maar niet altijd veranderen
Een straf kan op korte termijn effect hebben. Een leerling die weet dat er een consequentie volgt, zal misschien twee keer nadenken voor hij hetzelfde opnieuw doet. Maar er is een verschil tussen gedrag onderdrukken en gedrag begrijpen en veranderen.
Als een kind bijvoorbeeld telkens door de klas praat en daarvoor straf krijgt, weet het na een tijdje misschien perfect dat het niet mag praten. Maar weet het daarom ook waarom het dit doet? Misschien verveelt het zich, begrijpt het de leerstof niet of zoekt het contact met anderen. Zonder naar die onderliggende reden te kijken, verandert er weinig aan de situatie zelf.
Wat leert iemand eigenlijk van een straf?
Een straf vertelt vooral: dit gedrag mag niet. Maar vaak blijft de vraag daarna onbeantwoord: wat moet ik dan wél doen? Dat verschil is belangrijk. Wie wil dat gedrag op lange termijn verandert, moet niet alleen grenzen aangeven, maar ook helpen om een alternatief te vinden.
Een jongere die telkens zijn huiswerk niet maakt, heeft bijvoorbeeld weinig aan de boodschap dat hij zijn gsm een week niet mag gebruiken. Misschien heeft hij vooral nood aan een haalbare planning, meer duidelijkheid over wat er verwacht wordt of hulp bij het starten.
Een consequentie is niet hetzelfde als een straf
Dat betekent niet dat kinderen en jongeren geen grenzen nodig hebben. Integendeel. Duidelijke grenzen geven structuur en voorspelbaarheid. Het verschil zit in de manier waarop je ermee omgaat.
Een consequentie kan logisch verbonden zijn met het gedrag en helpen om verantwoordelijkheid te nemen. Als een leerling bijvoorbeeld bewust materiaal beschadigt, kan het herstellen of vervangen ervan een logisch gevolg zijn. Zo wordt de nadruk minder gelegd op "je moet gestraft worden" en meer op "wat is er gebeurd en hoe lossen we dit op?".
Kijk eerst naar het gedrag achter het gedrag
Wanneer gedrag zich blijft herhalen, is het interessant om even een stap terug te zetten. Wat gebeurt er precies? Wanneer doet het zich voor? Wat ging eraan vooraf? En wat levert het gedrag op?
Dat betekent niet dat je elk gedrag moet goedpraten. Wel dat je probeert te begrijpen waar het vandaan komt. Pas wanneer je weet wat er speelt, kan je gerichter reageren.
Grenzen én verbinding
Duidelijke grenzen en begrip hoeven elkaar niet uit te sluiten. Je kan perfect zeggen dat bepaald gedrag niet oké is en tegelijk ruimte maken om te onderzoeken waarom het gebeurde. Sterker nog: die combinatie zorgt vaak voor meer duidelijkheid.
"Dit gedrag kan niet" is iets anders dan "jij bent fout". Dat onderscheid kan een groot verschil maken in hoe een kind of jongere naar zichzelf én naar zijn gedrag kijkt.
Niet elke situatie vraagt dezelfde aanpak
Er bestaat geen universele reactie op moeilijk gedrag. Wat bij de ene leerling werkt, kan bij een andere helemaal niet werken. Daarom is het belangrijk om niet automatisch naar straf te grijpen, maar eerst te kijken naar de situatie, de leeftijd, de context en wat het kind of de jongere nodig heeft.
Want beter gedrag ontstaat niet alleen doordat iemand weet wat hij niet mag doen. Het ontstaat wanneer iemand ook leert wat hij wél kan doen. Met Re-Mind kijken we hoe we kinderen en jongeren kunnen helpen bij hun studiegedrag. Ook ouders en leerkrachten kunnen we begeleiden bij het beter begrijpen van dit gedrag.