Faalangst bij de start van het schooljaar: zo herken je het tijdens het studeren

Faalangst bij de start van het schooljaar: zo herken je het tijdens het studeren - Re-Mind

Een nieuw schooljaar betekent opnieuw beginnen. Nieuwe leerstof, nieuwe vakken en opnieuw toetsen en examens. Voor veel leerlingen is dat spannend, maar voor sommigen brengt een nieuw schooljaar vooral de angst mee om het niet goed genoeg te doen. 

Die spanning kan zich ook tijdens het studeren laten zien. Niet alleen als zenuwen voor een toets, maar bijvoorbeeld als uitstellen, eindeloos herhalen of blokkeren wanneer je eindelijk aan je boeken zit. 

"Wat als ik het niet kan?" 

Bij faalangst gaat het vaak niet alleen over de leerstof zelf. Een leerling kan uren studeren en toch voortdurend denken: Ken ik dit wel genoeg? Wat als ik straks alles vergeet? Wat als ik weer een slechte score haal? 

Daardoor wordt studeren iets wat vooral spanning oproept. De focus verschuift van leren naar niet mogen falen. En dat maakt het moeilijker om rustig informatie te verwerken en te vertrouwen op wat je al kent. 

Uitstellen kan ook een signaal zijn 

Een leerling die telkens opnieuw zegt dat hij "straks wel begint", is niet noodzakelijk lui of ongemotiveerd. Wanneer je bang bent dat iets niet zal lukken, kan het makkelijker voelen om er helemaal niet aan te beginnen. Zo hoef je ook niet geconfronteerd te worden met het gevoel dat je het misschien niet kan. 

Hetzelfde kan gebeuren bij perfectionisme. Alles moet meteen juist zijn, waardoor een eenvoudige taak plots enorm veel tijd en energie vraagt. 

Herken je dit tijdens het studeren? 

Faalangst kan zich op verschillende manieren uiten. Bijvoorbeeld wanneer je:

  • moeilijk aan een taak of hoofdstuk begint, 
  • de leerstof steeds opnieuw blijft herhalen, zonder te weten wanneer het genoeg is, 
  • tijdens het studeren vooral bezig bent met wat er mis kan gaan,
  •  een toets goed geleerd hebt, maar toch blijft twijfelen, • blokkeert zodra je een toets of oefening voor je krijgt, 
  • snel opgeeft wanneer iets niet meteen lukt. 

Niet elk van deze signalen betekent automatisch dat er sprake is van faalangst. Maar wanneer ze regelmatig terugkomen en je studie in de weg staan, zijn ze wel het bekijken waard. 

Van "ik moet dit kunnen" naar "wat kan ik nu doen?" 

Een eerste stap is om de aandacht opnieuw naar het leerproces te brengen. In plaats van te denken: "Ik moet een goede score halen", kan je jezelf bijvoorbeeld afvragen: "Wat wil ik vandaag begrijpen?" of "Welke oefening lukt nog niet en hoe kan ik die aanpakken?". Dat klinkt als een klein verschil, maar het verandert de focus. Je probeert niet langer een resultaat af te dwingen, maar werkt aan iets waar je op dat moment wél invloed op hebt. 

Ook een duidelijke studieplanning kan helpen. Niet om elk uur van de dag vast te leggen, maar om vooraf te bepalen wat je wanneer wil aanpakken. Zo hoef je tijdens het studeren niet voortdurend te twijfelen of je wel genoeg doet. 

Fouten horen bij leren 

Wie bang is om fouten te maken, kan fouten ook gaan vermijden. Toch zijn ze net bijzonder nuttig tijdens het studeren. Een oefening die fout loopt, laat zien wat je nog niet beheerst. Een toets waarop je een vraag niet kon oplossen, kan duidelijk maken welke leerstof nog extra aandacht nodig heeft. 

Het doel is dus niet om tijdens het studeren geen fouten meer te maken. Het doel is om fouten te gebruiken om beter te worden. 

Studiecoaching gaat verder dan de leerstof 

Soms weet een leerling perfect wat hij moet leren, maar lukt het toch niet om eraan te beginnen of de leerstof rustig te verwerken. Dan kan het helpen om niet alleen naar de leerstof te kijken, maar ook naar de manier waarop de leerling ermee omgaat. 

Tijdens studiecoaching bij Re-Mind bekijken we bijvoorbeeld waar een leerling vastloopt, hoe de studieplanning eruitziet en welke gedachten of gewoontes het leren moeilijk maken. Samen zoeken we naar een aanpak die meer structuur én vertrouwen geeft.