Van uitstelgedrag naar actie: de 10-minutenregel uitgelegd

Van uitstelgedrag naar actie: de 10-minutenregel uitgelegd - Re-Mind

Je kent het gevoel waarschijnlijk wel. Je hebt nog uren werk, maar plots is alles belangrijker dan studeren. Je kamer opruimen. Nog snel iets eten. Even scrollen. En voor je het weet, is er weer een uur voorbij.

Uitstelgedrag lijkt op luiheid, maar eigenlijk is het iets anders: het is een manier waarop je brein omgaat met stress en onzekerheid. Je stelt uit omdat de taak te groot lijkt, omdat je bang bent om te falen of omdat je gewoon niet weet waar te beginnen.

Waarom je brein uitstelt

Wanneer je aan iets moeilijks denkt, bijvoorbeeld studeren voor een groot examen, activeert dat ongemak in je hersenen. Je brein wil dat gevoel vermijden en kiest liever voor iets dat meteen goed voelt: je gsm checken, iets eten, een serie kijken. Korte termijn plezier wint van lange termijn resultaat.

De 10-minutenregel: klein beginnen is winnen

Hier komt de 10-minutenregel in beeld. Het idee is simpel: begin gewoon, maar beloof jezelf dat je het maar 10 minuten doet.

Je brein denkt dan: “10 minuten? Dat kan ik wel aan.” En eens je bezig bent, is de drempel plots veel kleiner. Vaak blijf je doorgaan, omdat het starten het moeilijkste stuk was. En juist daarom werkt deze regel: actie wekt motivatie op, niet omgekeerd.

Zo pas je het toe

  • Kies één kleine taak (“ik leer enkel dit hoofdstuk” in plaats van “ik leer wiskunde”).
  • Zet een timer op 10 minuten.
  • Begin, ook al is het met tegenzin.
  • Na 10 minuten mag je stoppen, maar vaak wil je gewoon verder.

Kleine stap, groot verschil

De 10-minutenregel helpt je brein over de startdrempel. Het maakt studeren haalbaar, concreet en vooral: minder overweldigend.

Bij Re-Mind leren we leerlingen slimme manieren om beter te plannen, studeren en focussen. Want motivatie is geen magisch gevoel dat opeens verschijnt, het groeit door te doen.